Sterke botten vragen meer dan calcium

Bij botgezondheid denken we meestal aan calcium. Logisch, want calcium is een belangrijke bouwstof van ons skelet. Maar sterke botten ontstaan niet door simpelweg extra calcium te slikken. Botgezondheid is het resultaat van een samenspel van beweging, hormonen, voedingsstoffen en een gezonde darm.

Bot is geen statisch materiaal, maar levend weefsel dat zich voortdurend vernieuwt. Oude botcellen worden afgebroken en nieuwe worden aangemaakt. Sterke botten worden daarbij niet alleen bepaald door de hoeveelheid bot, maar ook door de kwaliteit van het botweefsel.

Tijdens beweging en krachttraining produceren spieren signaalstoffen, de zogenoemde myokines, die de botopbouw stimuleren. Tegelijkertijd hebben botten belasting nodig. Wanneer spieren aan botten trekken en het skelet gewicht draagt tijdens bijvoorbeeld wandelen, traplopen of krachttraining, krijgen botcellen het signaal om sterker te worden. Botten hebben dus niet alleen bouwstoffen nodig, maar ook een reden om sterk te blijven.

Ook hormonen spelen een cruciale rol:

  • Oestrogeen remt de botafbraak, wat mede verklaart waarom het risico op osteoporose na de menopauze sterk toeneemt.

  • Progesteron verdient een prominentere plaats in het verhaal over botgezondheid. Waar oestrogeen vooral de afbraak van bot afremt, lijkt progesteron juist de vorming van nieuw bot te ondersteunen.

  • Ook testosteron speelt een belangrijke rol. Het ondersteunt zowel de spiermassa als de botvorming.

  • Groeihormoon en IGF-1 bevorderen eveneens de opbouw van spieren en bot. Via sterkere spieren neemt bovendien de belasting op het skelet toe, wat opnieuw een prikkel vormt voor botvorming.

  • Daartegenover staat cortisol. Een chronisch verhoogde cortisolspiegel versnelt niet alleen de botafbraak, maar bevordert ook de afbraak van spierweefsel. Een gezond skelet is dus niet afhankelijk van één hormoon, maar van een samenspel van hormonen, spieren en botten.

Vitamine D verhoogt de opname van calcium uit de darm. Vitamine K helpt vervolgens om calcium in het botweefsel in te bouwen en ongewenste calciumafzetting in de vaatwand tegen te gaan. Ook de darm is een belangrijke, maar vaak vergeten schakel. Darmbacteriën beïnvloeden de opname van voedingsstoffen, de ontstekingsgraad en mogelijk zelfs de hormoonhuishouding. Daarnaast hebben botten voldoende eiwitten nodig. Bot bestaat niet alleen uit mineralen, maar ook uit een eiwitrijke matrix die stevigheid en veerkracht geeft.

Dat betekent niet dat calcium onbelangrijk is. Wel dat de gedachte dat meer calcium automatisch tot sterkere botten leidt, te simpel is. Vooral hoge doses calciumsupplementen verdienen nuance. Wanneer grote hoeveelheden calcium in korte tijd in het bloed terechtkomen, kunnen tijdelijke pieken in de calciumspiegel ontstaan. Sommige onderzoeken suggereren dat dit bij bepaalde groepen mensen kan bijdragen aan verkalking van de vaatwand, zeker wanneer de bredere context van vitamine D, vitamine K, hormonen en stofwisseling niet optimaal is. Voor de meeste mensen lijkt calcium uit voeding dan ook een natuurlijker en waarschijnlijk veiliger patroon van opname te geven dan grote, geïsoleerde doses uit supplementen.

Misschien moeten we daarom ophouden botten te zien als een opslagplaats voor calcium. Botverlies is zelden het gevolg van één tekort. Vaak komen minder beweging, verlies van spiermassa, hormonale veranderingen en een minder efficiënte opname van voedingsstoffen op latere leeftijd samen.

Sterke botten bouw je daarom niet met een pil of een los mineraal, maar door het hele systeem te ondersteunen waarvan botten deel van uitmaken.

Bron : Ralph Moorman - Hormoonfactor

Volgende
Volgende

Holistisch afvallen: 3 oorzaken van emotioneel overgewicht